Tagarchief: openbare verlichting

Studiedag EN13201: openbare verlichting

foto-3-biv-studiedag-kopieren
Lees het gehele artikel

Scientia vincere tenebras. Door wetenschap de duisternis overwinnen. Deze Latijnse spreuk is het motto van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Een heel toepasselijk motto dat door Prof. Dr. Valéry Ann Jacobs aangehaald werd tijdens de studiedag openbare verlichting die door het BIV, het Belgisch Instituut voor Verlichtingskunde, werd georganiseerd in de U-residence van de Brusselse universiteit.

Het Belgisch Instituut voor Verlichtingskunde (BIV) legt zich toe op wetenschap en normalisatie met betrekking tot zowel natuurlijke als kunstmatige verlichting. De werking van het BIV wordt georganiseerd in vier groepen: werkgroep A (verlichtingswetenschappen), werkgroep B (verlichtingstoepassingen binnen en buiten), werkgroep C (transportverlichting: openbare verlichting, voertuigverlichting en signalisatie) en werkgroep D (organisatie van externe activiteiten). Het BIV wil onder meer contacten onderhouden en technische samenwerking bevorderen met andere nationale en internationale organisaties die zich bezighouden met wetenschap, technologie, normalisatie en de kunst van licht en verlichting.

foto-1-biv-studiedag-kopieren

Prof. Dr. Valéry Ann Jacobs heet iedereen welkom op de BIV-studiedag.

 

Samenwerken loont

De studiedag Openbare Verlichting is een mooi voorbeeld van een samenwerking tussen verschillende instellingen en sectoren. VUB, B-Phot, NBN en BIV sloegen immers de handen in elkaar om deze eerste studiedag te organiseren. Het Brussels Fotonica Centrum (B-Phot) werd voorgesteld tijdens de studiedag door Prof. Dr. Ir. Hugo Thienpont: “Fotonica is overal aanwezig. Denk maar, naast ledverlichting en lasers, aan de beeldschermen voor computers en televisies. De Europese Commissie benoemde onlangs 8 sleuteltechnologieën voor de (nabije) toekomst en fotonica is er één van. Op de VUB doen we onder meer onderzoek naar freeform optics en creëerden we een pilootlijn om deze, samen met de bedrijven, te produceren.”

Het Bureau voor Normalisatie (NBN) is verantwoordelijk voor het ontwikkelen en verkopen van normen in België. “Een norm is geen wet”, klonk het in koor tijdens de studiedag. In de Belgische wet (3 april 2003) is immers opgenomen wat een norm is, namelijk ‘een technische specificatie die door een erkende instelling met normatieve activiteiten met het oog op een herhaalde en voortdurende toepassing is goedgekeurd doch waarvan de inachtneming niet verplicht is’.

foto-2-biv-studiedag-kopieren

Een talrijk publiek volgt aandachtig de interessante lezingen.

 

Niet toevallig op 16 mei

De studiedag Openbare Verlichting vond plaats op 16 mei, door de UNESCO uitgeroepen als Internationale Dag van het Licht. Openbare verlichting is een segment waarin vele mogelijkheden liggen maar waar ook nog veel werk aan de winkel is. Dat de overschakeling naar led als lichtbron een goede zaak is, daar lijkt iedereen stilaan van overtuigd. Zeker wat betreft de mogelijke besparingen die er zijn qua energieverbruik. Led laat echter veel meer toe dan alleen maar de straat verlichten. Zo zijn verschillende optieken mogelijk om er voor te zorgen dat strooilicht tot een minimum wordt beperkt. Geen licht dat ‘verloren’ gaat tot op de gevels van de huizen maar slechts een klein beetje, of helemaal niet, al naargelang de wensen van de opdrachtgevers. Ook de lichtvervuiling van licht dat naar boven wordt uitgestraald, kan eenvoudig worden aangepakt. België is ‘s nachts, zoals iedereen wel weet, heel eenvoudig herkenbaar vanuit de ruimte. Zoek de meest verlichte plek op de wereldbol en je hebt ons landje gevonden. Met led is het systeem van ‘verlichten daar waar het nodig is en enkel wanneer het nodig is’ heel eenvoudig toe te passen. Het volstaat om enkele bewegings- en aanwezigheidsmelders te integreren in een netwerk om dit klaar te krijgen.

Hoe het ‘goed’ doen?

Het BIV beseft dat een goede openbare verlichting geen evidente materie is. Samen met een reeks partners stelden ze dan ook een ‘Code van goede praktijk’ inzake openbare verlichting op. Dit is een uitgebreid naslagwerk, opgedeeld in drie grote segmenten, waarmee iedereen aan de slag kan. Het document staat vol met uitleg, concrete tips en tricks uit de praktijk. Deze ‘Code van goede praktijk’ kan je op de site van het BIV (www.ibe-biv.be) downloaden.

Parel aan de kust

foto-2-schreder-kopieren
Lees het gehele artikel

Blankenberge, Blankenberge, parel aan de kust. Dat zong Hugo Matthysen al in 1990. Blankenberge, één van de drukstbezochte badplaatsen in België, ondergaat reeds geruime tijd een facelift. Na een nieuw treinstation en de heraanleg van enkele straten in de binnenstad was het nu de beurt aan het Koning Leopold III-plein. Een opvallend kunstwerk verwelkomt de bezoekers. Dag én nacht, dankzij de verlichting.

Een update van het oude stationsplein was de aanzet van het hele project. Het ontwerp sluit mooi aan op dat van de omliggende centrumstraten en dat geeft de gekende badstad een consistente uitstraling. Het stadsbestuur koos bewust voor een open plein met genoeg ruimte voor de horeca. In de zomer gaan er evenementen door terwijl het in de winter een plek is om rustig te ontspannen. De eyecatcher van het project is echter het werk van kunstenares Kate Vandermarliere.

foto-1-schreder-kopieren

Het Koning Leopold III-plein na de grondige facelift, een gezellige plek mede dankzij de verlichting van Schréder.

 

Dag en nacht

Gigantische letters versierd met bekende figuurtjes vormen de naam Blankenberge. Vandermarliere zorgde voor een eyecatcher van 27 meter lang en 2,5 meter hoog. Een opvallende verwelkoming voor de bezoekers, maar met een functioneel karakter. Enkele letters zijn immers tegelijk ook zitbanken. Het stadsbestuur stond erop dat het kunstwerk ook ’s nachts zijn uitstraling behield. Verlichtingsfabrikant Schréder zorgde voor een uniforme en dynamische verlichting van de letters, met de mogelijkheid de verlichting af te stemmen op de evenementen op het plein en de noden van het moment. “Met verschillende fotometrische mogelijkheden, robuuste materialen en een minimum aan energieverbruik blijkt de lineaire LED SCULPLine-schijnwerper de ideale oplossing te zijn”, horen we bij de fabrikant. “30 RGBA SCULPLines werden in een rechte lijn in de grond ingewerkt. Via een DMX-protocol worden ze aangestuurd. Dit geeft de stad de mogelijkheid feestelijke lichtscenario’s samen te stellen.” Het plein wordt verlicht door Teceo-armaturen op Thylia-masten. Een gezellige, natuurlijke toets is het resultaat. 

De toekomst van openbare verlichting

foto-1-openbare-verlichting-kopieren
Lees het gehele artikel

De cijfers van de openbare verlichting in Vlaanderen zijn enorm. Er staan maar liefst 1,2 miljoen openbare verlichtingspunten langs de straten in de Vlaamse steden en gemeenten. Reken daar ook nog deze op pleinen, aan monumenten en dergelijke bij. Goed voor een verbruik van 415 miljoen kilowattuur per uur. De energiefactuur is navenant: 100 miljoen euro per jaar, het equivalent van het jaarlijkse energieverbruik van 120.000 gezinnen. Hoog tijd voor een upgrade!

Bovenop de jaarlijkse verbruiksfactuur komt ook de uitstoot van CO2. De huidige verlichtingsinfrastructuur stoot jaarlijks 100.000 ton CO2 uit. De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN en de Burgemeestersconvenanten vragen om een duidelijke verlaging van onze CO2-uitstoot met 40 procent tegen 2030. Bovenstaande cijfers qua energieverbruik en de uitstoot van CO2 lezen we in de intentieverklaring over de toekomst van de openbare verlichting in Vlaanderen die is opgesteld door Agoria, Fluvius en VVSG. Zij schuiven de modernisering van de openbare verlichting met een lager energieverbruik tot gevolg naar voren als één van de actiepunten. “Dat is goed voor de burgers, het milieu, het klimaat en dus de hele samenleving”, lezen we.

Investeren om minder te verbruiken

Een massale vervanging van klassieke lampen door energiezuinige ledverlichting dus. Een cruciale volgende stap staat in de tekst. De drie partijen beseffen dat het niet zo eenvoudig uit te voeren is als het te zeggen of te schrijven. “Een volledige en slimme ‘verledding’ is uiteraard een investering. Het kan de Vlaamse steden en gemeenten (en dus ook de burger) wel 54 miljoen euro per jaar op het energieverbruik en 44.000 ton uitstoot aan CO2 besparen”, staat in de intentieverklaring. Een kleinere Vlaamse stad of gemeente telt ongeveer 4.000 armaturen, wat neerkomt op een besparing van 178.000 euro op het energieverbruik en een vermindering van 144 ton CO2-uitstoot. Daarnaast onderstrepen de drie partijen die de intentieverklaring opstelden dat ‘het juiste licht op het juiste moment op de juiste plaats’ een positieve impact heeft op het comfort, de veiligheid en de biodiversiteit. Het integreren van nieuwe technologie past ook in de evolutie naar smart cities en een digitaal Vlaanderen.

Openbare verlichting Lumenpro artikel vakblad

De ‘verledding’ is een werk van lange adem, maar een cruciale stap op vlak van energiebesparing, CO2-uitstoot, comfort en veiligheid.

 

Ambitieuze doelstelling

Vandaag zien we een duidelijk maatschappelijk en technisch momentum om de grootschalige ombouw van de openbare verlichting naar ledtechnologie te realiseren. De intentieverklaring bevat dan ook een concrete doelstelling. Tegen uiterlijk 2030 willen de ondertekenende partijen VVSG, Fluvius en Agoria alle 1,2 miljoen verlichtingspunten in Vlaanderen voorzien van slimme ledtechnologie. “Elke partij neemt een langdurig specifiek engagement tegenover de samenleving en elkaar op”, klinkt het bij de ondertekening. “We beseffen dat dit project alleen door nauwe samenwerking en een duidelijke, planmatige aanpak kan slagen. Dit engagement is een hefboom voor nieuwe businessmodellen en jobcreatie.”

Werk aan de winkel.. ook voor de steden en gemeenten

VVSG, Fluvius en Agoria erkennen de cruciale en bepalende rol van de Vlaamse steden en gemeenten in dit verhaal. De verledding van de openbare verlichting en de patrimoniumverlichting alsook de evolutie naar smart cities en het bijbehorende databeleid zijn ambitieuze en complexe projecten om aan te gaan. De drie partijen garanderen echter dat ze de Vlaamse steden en gemeenten niet in de kou laten staan. Integendeel: een maximale ondersteuning wordt naar voren geschoven. De drie partijen richten daartoe een projectgroep op met de gemeenten en de stakeholders. In deze projectgroep kunnen de behoeften en de verwachtingen worden gedetecteerd, kan samen naar concrete oplossingen worden gezocht en kunnen goede voorbeelden met elkaar worden uitgewisseld.