Tagarchief: Vluchtwegverlichting

The road to safety

nood-vlucht-foto-5-kopieren
Lees het gehele artikel

Zijn noodverlichting en vluchtwegverlichting hetzelfde of toch iets anders? En wat is dan antipaniekverlichting? Hoe passen de gekende pictogrammen die een nooduitgang aanduiden in het verhaal? En aan welke regels moeten we ons houden wanneer dit allemaal geïnstalleerd wordt? In dit dossier willen we duidelijkheid scheppen over deze en nog andere vragen.

Noodverlichting is een overkoepelende term. Deze omvat een gedeelte vervangingsverlichting (wat we hier niet behandelen) en een deel veiligheidsverlichting, vaak gewoon noodverlichting genoemd. Spreken we over veiligheidsverlichting, dan hebben we het over de verlichting die het overneemt als de ‘normale’ verlichting uitvalt en het mogelijk maakt een ruimte veilig te verlaten. Op publieke plaatsen en in werkomgevingen is een installatie van veiligheidsverlichting verplicht. Veiligheidsverlichting delen we eveneens op en wel in de segmenten ‘noodverlichting voor werkplekken met een verhoogd risico’, ‘antipaniekverlichting’ en ‘vluchtwegverlichting’.

Veilig naar een vluchtweg

‘Noodverlichting voor werkplekken met een verhoogd risico’ omschrijft meteen waar het hier om gaat. Deze verlichting laat toe eventuele risicovolle werkzaamheden veilig te beëindigen. Een continue verlichtingssterkte groter dan of gelijk aan 10 procent van de originele verlichtingssterkte is verplicht volgens de norm EN1838, dit met een minimum van 15 lux. Daarenboven moet deze er binnen de 0,5 seconden volledig zijn. De aanduiding van de minimale brandduur is eerder vaag: zolang er een risico bestaat voor de aanwezige personen. Gezond verstand is hierbij dus vereist, zeker wanneer we opsommen wat deze werkplekken met een verhoogd risico dan wel zijn: ovens, soldeerbaden, schilderinstallaties, afzuigkasten, robots, zaag- en snijmachines, elektriciteitskasten, en zo meer.

Eenduidige pictogrammen met een universeel karakter.

 

Antipaniekverlichting moet de kans op paniek verkleinen. Obstakels identificeren en de oriëntatie verzorgen zijn de twee belangrijkste taken zodat de aanwezigen zich veilig naar een vluchtweg kunnen begeven. Het vereist verlichtingsniveau bedraagt 0,5 lux, de minimale brandduur 1 uur. Binnen de vijf seconden na de stroomonderbreking moet 50 procent van het vereist lichtniveau aanwezig zijn, binnen de 60 seconden 100 procent. Antipaniekverlichting is verplicht in ruimtes groter dan 60 vierkante meter. Maar bijvoorbeeld ook in toiletten voor mindervaliden, sowieso kleiner dan 60 vierkante meter, is het verplicht.

Vluchtwegverlichting

De vluchtwegverlichting is misschien wel de grootste pijler in dit verhaal. Ze beslaat de eigenlijke verlichting van de vluchtwegen alsook de vluchtwegsignalering. Met deze laatste bedoelen we de alom gekende en wereldwijd uniforme pictogrammen (volgens norm ISO7010) die een nooduitgang en de weg ernaartoe aanduiden. Net als de vluchtweg- en antipaniekverlichting moeten ook deze pictogrammen op minstens twee meter hoogte hangen en dat bij elke nooduitgang naar buiten, bij elke richtingverandering en bij elke kruising. Specifieke pictogrammen – EHBO-post, brandbestrijdingsuitrusting en brandmelders – zijn eveneens verplicht. In de norm EN1838 werden voor elk van deze toepassingen de nodige waarden opgenomen qua homogeniteit en gelijkmatigheid zodat alle signalering goed zichtbaar is én snel wordt herkend.

Vluchtwegen moeten efficiënt worden verlicht om een gebouw veilig te kunnen ontruimen.

 

Uiteraard is een efficiënte verlichting van de vluchtwegen zelf noodzakelijk om het gebouw veilig te kunnen ontruimen. Vluchtwegverlichting is nodig tot aan de ‘place of safety’ die zowel binnen als buiten het gebouw kan liggen. Ook trappen en eventuele hoogteverschillen moeten worden verlicht. Bij een vluchtweg van minimaal twee meter breed eist de norm een waarde van 1 lux op de as en van 0,5 lux op halve breedte van de gang. Bij bredere gangen zijn twee opties mogelijk: ofwel bekijken als twee of meerdere verschillende gangen van twee meter breedte, ofwel centraal vluchtwegverlichting voorzien, aangevuld met antipaniekverlichting. De minimale brandduur op de vluchtwegroute bedraagt 1 uur. Binnen 5 seconden dient 50 procent van het vereist lichtniveau te zijn bereikt, binnen 60 seconden de volledige 100 procent.

Regels en instructies voor controle en onderhoud

Het installeren van een conforme noodverlichting is één zaak, ze op de juiste manier controleren en onderhouden is een andere. Ook daarvoor zijn de nodige verplichtingen samengebracht in een Europese norm, namelijk EN50172. Voor elke armatuur dient een logboek te worden bijgehouden waarin bij elk onderhoud (maandelijks en jaarlijks) en elke onderhoudsbeurt de nodige info moet worden aangevuld. In de norm staan eveneens dagelijkse, maandelijkse en jaarlijkse tests die nodig zijn, zowel als het gaat om zogenoemde centrale batterijsystemen als autonome armaturen. Deze controles kunnen zeer arbeidsintensief zijn. Zelftestende toestellen zijn hier een mogelijke oplossing. Dit zijn toestellen waar de vereiste testen en de frequentie ervan voorgeprogrammeerd zijn zodat een menselijke interventie niet nodig is. Om de status te loggen moet nog steeds een rondgang gebeuren. Wil je dat vermijden, dan kan je de toestellen aan een centraal beheerprogramma koppelen zodat de installatie vanop afstand gemonitord kan worden en dat het loggen automatisch gebeurt